Konijn

Niet voor niets een van de meest populaire huisdieren.
Ze zijn er in alle soorten en maten en bieden gezelschap en structuur.

Castratie voedster

Er zijn situaties waarin het gewenst is om de voedster te castreren. Ook bij vrouwtjeskonijnen onderling kan territoriumgedrag optreden dat tot vechtpartijen kan leiden. Dit komt echter wel minder vaak voor dan bij rammen onderling. Wanneer dit gedrag wel optreedt is het gewenst beide voedsters te laten castreren, zodat geen van beide het territorium gedrag meer vertonen.
Daarnaast wordt er bij voedsters regelmatig baarmoederontsteking geconstateerd. Wanneer u er zeker van bent dat u geen nakomelingen wil is het zinvol de voedster preventief te laten castreren.

Bij voedsters spreekt men over castratie, omdat zowel de baarmoeder als de eierstokken worden verwijderd. Vanaf ongeveer 5 maanden kan een voedster worden gecastreerd. Indien nodig kan dit eerder, afhankelijk van de ontwikkeling. Denkt u er wel om dat, wanneer u een ram en een voedster bij elkaar heeft, de dieren eerder vruchtbaar zijn en voor nakomelingen kunnen zorgen. Houdt ze daarom tijdig, en tot 6 weken na de castratie van elkaar te scheiden waarbij ze elkaar wel mogen zien en ruiken.

Wanneer men een voedster samen met een ram wil houden, maar er geen nageslacht bij wil hebben is het verstandig het mannetje te laten castreren. Wanneer men de voedster laat castreren en niet het mannetje, blijft het mannetje ongewenst dek gedrag vertonen bij de voedster.

Wanneer een rammelaar en even oude voedster samen zijn gekocht, kan de rammelaar op 13 weken worden gecastreerd. Dan is de rammelaar op 15 weken leeftijd definitief onvruchtbaar, terwijl de voedster pas op 17 weken vruchtbaar wordt. Dan kunnen er geen ongewenste nestjes te komen.

Verslag van een castratie van een voedster bij ons in de praktijk
Konijnen worden ‘s ochtends voor castratie gebracht. Ze zijn niet nuchter omdat een konijn moet blijven eten om de spijsvertering op gang te houden. We adviseren de eigenaar ook om eigen eten voor het konijn mee te brengen, om op deze manier zo goed mogelijk de eetlust te bevorderen.

Voor de ingreep wordt elk konijn eerst uitgebreid nagekeken waarbij o.a. het hart en de ademhaling worden gecontroleerd. Voordat er narcose middelen worden toegediend is er al een pijnstiller aan het konijn gegeven zodat deze ten tijde van de operatie al werkt. Via een bloedvat in het oor krijgt het konijn narcose middel toegediend. Voor de toediening wordt het oor hiervoor geschoren en met een zalf de huid verdoofd. Als het konijn slaapt wordt er een larynxmasker aangebracht waardoor zuurstof toegediend wordt. De anesthesie wordt door middel van gasanesthesie onderhouden. De koolstofdioxide in de uitgeademde lucht en de ademhalingsfrequentie worden permanent gemeten en bij afwijkingen wordt alert gereageerd. De dierenarts verwijderd zowel de eierstokken als de baarmoeder van de voedster.
Onderkoeling is een belangrijke oorzaak van complicaties tijdens en na de anesthesie. Wij voorkomen dit door uw konijn, vanaf het moment dat het konijn arriveert, in een verwarmde ruimte te zetten. Tijdens de operatie en het wakker worden, wordt het op een warmtekussen/ kruiken en onder een warmtelamp gelegd.

Net als bij katten en honden is het bij een ouder konijn ook mogelijk om vooraf een bloedonderzoek uit te voeren. Zo zijn we zeker van de goede werking van de organen alvorens het dier onder anesthesie te brengen.

Wanneer het konijn goed wakker is, krijgt het een injectie tegen misselijkheid en eten en drinken en mag het ’s middags weer naar huis. Hierbij geeft de assistente uitleg aan de eigenaar over zaken waaraan moet worden gedacht. De informatie wordt ook meegegeven in de vorm van een nazorgbrief. Tevens wordt pijnstilling meegegeven om de aankomende dagen in de bek van de voedster te geven. Na tien dagen komt het konijn weer terug voor een nacontrole en om de hechtingen te verwijderen.